Ik zit aan mijn natuurlijke houten eettafel met een grote mok geurende kruidenthee in mijn hand terwijl ik opdracht 4 van mijn schrijfcursus lees. Maak een blog over een schilderij of foto in je huis. Ik kijk naar het drieluik dat boven mijn strakke witte dressoir hangt en weet het meteen. Hier wil ik een blog over schrijven, deze foto’s zijn me dierbaar.
Een pretpark van de natuur.
Ik ben vroeg wakker, vandaag is DE dag. Ik neem wat yoghurt als ontbijt. Licht en luchtig als tegenhanger voor mijn gevoel. Ik doe in stilte de afwas en vul mijn rugzak met wat appels en water. Met zorg pak ik de kleine witte urn. Nog even een moment voor mezelf, terwijl de kinderen uitgelaten op de trampoline springen. Ik loop langzaam naar ze toe en vraag zacht en rustig: “Lieke en Loek, gaan jullie mee?” We stappen alle drie voorin in onze Toyota Hitop en gaan op pad naar Wai-O-Tapu Thermal Wonderland. Lieke zet de muziek aan en Loek klets de hele weg. Na een klein half uurtje rijden parkeer ik ons campertje op de parkeerplaats van het natuurpark. We kopen een kaartje en gaan beginnen aan onze wandeling van anderhalve kilometer door dit geothermische gebied op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. We kijken en zien het natuurschoon, maken foto’s en slaken ohh’s en ahh’s van verwondering. Toch merk ik dat we vooral bezig zijn met dat ene moment. Ieder op onze eigen manier. Loek loopt onrustig vooruit en Lieke en ik lopen zwijgend dicht bij elkaar. Het is al druk in het park, ondanks dat we er vroeg zijn, en ik vraag me af of we de rust zullen vinden? Dat ene moment, dat er weinig mensen zijn en wij het lef hebben om dit te doen? Mijn buik krampt, in gedachten zie ik mezelf weer terug op onze huwelijksreis. Hand in hand lopend over ditzelfde pad. Een traan rolt over mijn wang. De indringende geur van zwavel, die diep mijn neusgaten binnendringt, brengt me terug in het hier en nu.
We lopen verder en gaan bij de Champagnepool op een bankje zitten. Ik ervaar de weidsheid en voel me direct weer aangetrokken tot het enorme levendige kleurenpallet. Ik ben geïntrigeerd door de magisch rijke afzetting van mineralen, alsof ik een kind ben in een pretpark met honderden attracties. Oranje, geel, bruin, groen, allen in diverse tinten en in schril contrast met de grijswitte silicasteen die rondom deze pool ligt. De zichtbaar opborrelende koolstofdioxide zorgt voor een speels effect, als schuimende champagne. Steeds ontdek ik iets nieuws, waar ik dankvaar voor ben. Het bezorgt me de broodnodige afleiding.
We stellen het moment nog even uit, drinken wat en eten onze appel. De tijd gaat langzaam. Het wordt rustiger in het park, en ook bij ons. Langzaam haal ik de urn uit de rugzak. Samen maken we hem open. Om de beurt nemen we wat as in onze hand en lopen naar de rand van deze prachtige pool. Lieke gaat als eerste.
“Komt er echt niemand aan, mam?”, vraagt ze.
“Nee”, zeg ik, waarop Lieke de as in de pool gooit terwijl ik foto’s maak om dit bijzondere moment vast te leggen.
We gaan weer terug zitten op het bankje, alsof er niets gebeurd is en kijken weer naar de bubbels in de pool. Er passeren wat mensen en als die voorbij zijn neemt Loek een handje as.
“Jasses, dit voelt niet fijn”, zegt hij, “Net als zand uit de zandbak”. Langzaam loopt hij naar de pool, kijkt rond en gooit de as erin. Hij smeert zijn hand af aan zijn broek en wil hem afspoelen met water.
Nu is het mijn beurt. Ik pak een volle hand as uit de urn, loop naar de pool, fluister lieve woorden naar Erik en gooi de as erin. Het valt me op hoe de koolstofdioxide bubbels reageren. Het lijken er meer te worden, alsof ze Erik welkom willen heten. Ach, misschien beeld ik het me wel in, maar het stelt me in ieder geval gerust. Net zoals de stoom die zich als een warme deken om mijn lijf drapeert.
We zitten nog even op het bankje en sluiten dan de urn. Erik reist verder met ons mee.